WETENSCHAP - MARE 12, 27 november 2003

Dubbelzien met heel grote telescoop

Leidse en Duitse astronomen hebben het scherpste plaatje tot nog toe gemaakt van een sterrenstelsel, door twee reuzentelescopen aan elkaar te koppelen.

Bruno van Wayenburg

Hoewel duizenden wetenschappers en technici er jarenlang mee bezig geweest zijn, heeft nooit iemand de moeite genomen om een subtielere naam te verzinnen voor de Europese Very Large Telescope in het Chileense woestijngebied Paranal. Maar goed, groot zíjn de vier losse telescopen met spiegels van 8,2 meter doorsnee, en met een truc valt de telescoop effectief nog groter te maken.
Het onderzoeksteam van dr. Walter Jaffe van de Leidse sterrewacht, samen met astronomen uit Duitsland heeft deze kunstgreep, interferometrie genaamd, voor het eerst gebruikt om de details te bekijken van één van de meer ongrijpbare objecten in het heelal: de zwembandvormige ‘blokkerende torus‘ rond de kern van zeer heldere actieve melkwegstelsels.
Ze combineerden het licht dat de ene telescoop opvangt via een stelsel van tunnels en spiegels met het licht van een andere telescoop. Zo zijn details te onderscheiden die honderd maal kleiner zijn dan met de losse telescopen te zien valt. In vakjargon: circa een honderdste boogseconde, een minihoekje dat equivalent is aan een dubbeltje op honderd kilometer afstand.
Afgelopen juni richtten Jaffe en consorten hun interferometer op het binnenste van het actieve melkwegstelsels NGC 1068 in het sterrenbeeld Walvis. Daar bevindt zich de ‘Active Galactic Nucleus‘(AGN), de extreem heldere kern van het melkwegstelsel.
Volgens de huidige theorie heeft zo‘n AGN vier ingrediënten: ten eerste een enorm zwart gat, een zware massaconcentratie van miljoenen zonsmassa‘s, waaraan zelfs licht niet kan ontsnappen.
Rond het zwarte gat tolt een schijf gas en stof, in het extreme versneld en verhit door het zwarte gat. Deze ‘accretieschijf‘ zendt grote hoeveelheden licht uit, soms meer dan een heel melkwegstelsel.
In de richtingen van de as van deze kosmische draaitol worden bovendien grote hoeveelheden deeltjes uitgespuwd, de ‘jets‘, die verderop in de ruimte grote hoeveelheden radiostraling opwekken. Hoe dat werkt, is overigens nog onduidelijk.
En tenslotte zit om de accretieschijf hoogstwaarschijnlijk een koelere, zwembandvormige wolk gas en stof, de ‘blokkerende torus‘. Deze wordt zo genoemd omdat hij soms het zicht op de heldere accretieschijf wegneemt.
In dat laatste geval is de AGN alleen als een dubbele wolk radiostraling te zien, een ‘radiomelkwegstelsel‘, terwijl bij onbelemmerd zicht op de accretieschijf de AGN oplicht als een onwaarschijnlijk heldere ster, een ‘quasar.‘ Een iets minder heldere versie, waarvan NCG 1068 een voorbeeld is, heet ‘Seyfert-stelsel.‘
Volgens deze theorie zijn quasars, Seyfert-stelsels en radiosterrenstelsels, oorspronkelijk losse ontdekkingen, gewoon verschillende perspectieven op één soort object. ‘Alleen is de blokkerende torus tot nu toe nooit rechtstreeks gezien‘, aldus Walter Jaffe, die deze primeur toelichtte op het FWN-faculteitscolloquium ‘This Weeks Discoveries‘ van afgelopen dinsdag.
De gebruikte interferometer is gevoelig voor infrarood licht, waarvan de AGN relatief veel uitzendt. Met één enkele meting konden de astronomen nog geen compleet plaatje maken, maar wel konden ze wat afmetingen bepalen. Aan de hand van het spectrum van het infrarode licht was bovendien ook iets te zeggen over de temperaturen van de objecten.
Zo blijkt de blokkerende torus, met een temperatuur van enkele honderden graden, enkele lichtjaren in doorsnee. Daar binnenin zit nog een kleinere kern, hoogstwaarschijnlijk een accretieschijf, van enkele duizenden graden. ‘We denken dat we daar ongeveer langs de rand van de torus op de accretieschijf kijken‘, zegt Jaffe.
Dit najaar zijn nieuwe metingen gedaan, waarmee mogelijk heel ruwe afbeeldingen zijn te maken van de waargenomen structuren. Jaffe: ‘maar daar moeten we nog mee aan het werk.‘


@M13:Afbeelding van het actieve melkwegstelsel NGC 1068
http://www.noao.edu/image_gallery/images/d5/m77s.tiff